Paris FvdV is een weblog voor kenners en liefhebbers van de stad Parijs - en voor hen die dat willen worden. Parijs is een stad met een gewichtig verleden, respectabel en gerespecteerd. Het is totaal niet nostalgisch. Parijs is er in geslaagd om, soms op brutale maar altijd op elegante wijze, om te gaan met zijn grootse monumenten. Ze te beschermen en te integreren in de nieuwe dynamiek van de stad. Parijs is een meester op het gebied van herstel en transformatie. U zult er nooit in slagen een volledig overzicht te maken van plekken en verhalen, die allemaal op hetzelfde punt uitkomen en de glorie van deze stad bezingen. toch wil ik een poging wagen. Wekelijks wil ik u niet alleen informeren over wat Parijs nog meer te bieden heeft, maar ook wil ik mijn liefde voor deze stad op u over dragen. In de hoop dat het raakt aan iets wat u herkent of voelt. Ferry van der Vliet.

donderdag 30 juni 2011

LAISSEZ FAIRE


Het zijn weer vakantiemaanden en specifiek voor de Fransen is dat de maand augustus. De tijd van laat de boel maar waaien of zoals de Fransen zeggen "laissez faire". Parijs is dan weliswaar warm maar ook lekker leeg.  Vele Parijzenaars ontvluchten dan de stad en  de meeste bedrijven draaien op halve kracht of zijn gesloten. Vrees niet, alles wat goed en gezellig is, is gewoon open. De musea, de bioscopen, theaters, restaurants, de winkels en de grote warenhuizen, etc. Want Parijs is en blijft er natuurlijk voor de toeristen. Parijs doet dan een beetje aan zoals op een normale zondag. Minder files, minder verkeers-opstoppingen, geen haastige mensen in de metro op weg naar kantoor. En u ? U bent gewoon op weg naar het strand. Het strand hoor ik u zeggen ? Inderdaad PARIS PLAGE. Een drie kilometer lang zandstrand, compleet met palmbomen, langs de Seinekades, vanaf het Louvre tot aan de Pont de Sully. (1e arrondissement) Verder zijn er zwembaden, concertpodia, terrassen en ligstoelen met parasols. Sinds 2007 kun je ook terecht langs het Bassin de la Villette (19e arrondissement) Vanaf de Rotonde de Ledoux tot aan de Pont de la Crimée, de oudste nog werkende hefbrug van Parijs. PARIS PLAGE begint dit jaar op 21 juli en duurt tot en met 21 augustus. De stranden zijn geopend vanaf 8 uur in de ochtend tot aan middernacht.

Heerlijk niets doen. In deze blog vind u tips waar u actuele informatie kunt vinden wat er allemaal gaande is in Parijs, op het moment dat u, in deze komende twee maanden, uw vakantie combineert met een paar dagen Parijs. Bij de vele kiosken op de boulevards kunt u terecht voor de Pariscope. Dit weekblad verschijnt elke woensdag en is essentieel als u wilt weten wat er gebeurt in de stad Parijs. Wat speelt er in de theaters of op de belangrijke muziekpodia. Een derde van de Pariscope wordt besteed aan de cinéma's ("Salles Paris"). Films staan op alfabetische volgorde, op thema of genre; drame, comédie, documentaire, érotisme, etc. en op arrondissement. VO - version originale, betekent originele versie en niet nagesyn-chroniseerd in het Frans. VF - version Francais houdt in dat de film in het Frans is nagesynchroniseerd. Verder veel info over de exposities in diverse musea, shows en wat er te doen is voor kinderen of juist alleen voor volwassenen. De Pariscope kost slechts € 0,40

De superdikke glossy PARIS CAPITALE informeert u maandelijks over de mode, de trends, belangrijke manifestaties of over personen die in de belangstelling staan. Ik neus vaak in de rubriek "Quoi de neuf?". Nuttige informatie over alles wat nieuw is in Parijs. Verkrijgbaar bij elke kiosk voor € 4,00

DeFédération Française de la Randonnée Pédestre heeft onlangs een handige gids uitgegeven met duidelijk beschreven wandelroutes per quartier. Zo heb ik ook buurten ontdekt waarvan ik het bestaan niet eens wist. De gids is verkrijgbaar bij het Centre d'Information de la  Randonnée Pédestre, rue du Dessous des Berges nr 64 (13e arrondissement.

Een handige gids die ik altijd bij me heb is "Plan de Paris par Arrondissement" uitgegeven door l'Indispensable. Een gids in zakformaat (10cm. x 15cm.) met daarin alle straten van Parijs - waar begint en waar eindigt de straat - het dichtbij gelegen metrostation - kaarten per arrondissement en een plan de Métro, RER et Bus. Bent u aan de leesbril dan adviseer ik de versie van Blay Foldex; "Paris par arrondissement". Nog steeds zakformaat maar dan iets groter. Beide boekjes zijn eveneens te verkrijgen bij elke kiosk.

Een laatste tip en door mij onlangs ontdekt PARIS VILLAGES. Een tweemaandelijks tijdschrift over het Parijse erfgoed. De oude Parijse dorpen, het onbekende Parijs of Parijs onder de grond. Wandelroutes en uitstapjes. Een telkenmale nieuwe reis langs de rijkdom van het Parijse erfgoed. De blog over Les Cathaphiles heeft u aan dit magazine te danken en binnenkort een blog over de vergeten spoorlijn van Parijs.


Kijk eens naar de foto's. Door mij genomen tijdens mijn wandelingen door de Marais en langs de Seine. Bekruipt u al het gevoel van "Laissez Faire?". Mijn boek dat ik meeneem tijdens mijn komende trip naar Parijs is het boek van John H. Boom: "Parijs Couleur Locale" - wandelend door onbekend Parijs. Helaas is de schrijver, tekenaar, in april 2009 overleden, maar gelukkig heeft zijn dochter Berber de oude versie van 2002 geactualiseerd en voorzien van een zestigtal nieuwe artikelen over Parijs. www.uitgeverijboom.nl - ISBN 978 94 6105 1172.

Last but not least; prettige vakantie, ik werk (lees schrijf) gewoon door!

maandag 27 juni 2011

PARDONNE, MAIS N'OUBLIÉ PAS

In de vroege ochtend van 16 juli 1942, wordt een grote razzia gehouden in Parijs. In het kader van "Operatie Lentebries'' helpt de Franse politie de nazi's een handje bij het deporteren van voornamelijk Joodse vrouwen en kinderen vanuit het Vélodrome d'hiver, in de Franse volksmond Vel ‘d'Hiv genoemd, aan de rue Nélaton. Indringend beschreven in de bestseller van Tatiana de Rosnay en in 2010 verfilmd: "Elle s'appelait Sarah", haar naam was Sarah".

Pas in 1995 bood toenmalig president Jacques Chirac namens Frankrijk zijn excuses aan voor de medewerking die Parijse politieagenten en ambtenaren hadden geleverd aan de arrestatie en deportatie van dertienduizend joden op 16 juli 1942.
Het Mémorial de la Shoah in de Marais: Een stenen muur met daarop 76.000 namen. De namen van alle Franse joden die in de Tweede Wereldoorlog naar Duitse vernietigingskampen zijn gedeporteerd. Slechts een fractie van dit aantal keerde levend terug. Onder de 76.000 waren ongeveer 11.000 kinderen.


De Marais is van oudsher dè Joodse buurt van Parijs. In de rue Geoffroy l’Asnier brandt sinds 1956 in een crypte een eeuwige vlam ter herdenking van de slachtoffers van de Holocaust. Twee vrijwel onbekende indrukwekkende monumenten die je, als het je interesseert, zeker moet gaan zien.


Het bovengenoemde Mémorial du Martyr Juif Inconnu ook wel het Mémorial de la Shoah genoemd en aan de oostzijde van Ile de la Cité het Mémorial de la Déportation. Dit ondergrondse monument, gelegen op de plaats van een vroeger lijkenhuis, herdenkt waardig de 200.000 Fransen die de Nazi kampen niet hebben overleefd. Een indrukwekkende wand met evenveel lichtjes als er slachtoffers waren. Pardonne, mais n’oublié pas – vergeef, maar vergeet niet. Diep geroerd kom je weer boven.


Zoals de Fransen zeggen "l'histoire se répète". Wat zich in Parijs afspeelde, gebeurde ook Amsterdam. Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse bezetter de naam van het theater in "Joodsche Schouwburg". In augustus 1942 kreeg de Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter. Vanaf die tijd moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen werden van hieruit gedeporteerd naar Westerbork om van daaruit op transport te worden gezet naar concentratie- en vernietigingskampen.

Photo / Courtesy of Theatre Thoughts Blog by Dominick

Net als in Parijs heeft de Hollandsche Schouwburg een gedenkruimte. Een plek waar nabestaanden en overlevenden hun dierbaren persoonlijk kunnen herdenken. Op de namenwand staan alle 6.700 familienamen van de uit Nederland gedeporteerde en vermoorde joden gegraveerd. De namen symboliseren alle 104.000 joodse slachtoffers uit Nederland.

© Courtesy of Theatre Thoughts Blog by Dominick


Jaarlijks op Jom Hasjoa, de dag van de Sjoa (Hebreeuws voor vernietiging), herdenkt de joodse gemeenschap over de gehele wereld de slachtoffers van de naziterreur. Jom Hasjoa valt elk jaar op een andere dag in onze kalender en op 26 Nisan in de Hebreeuwse kalender. Op deze dag kwamen in 1943 de joden in het getto van Warschau in opstand tegen de nazi's. De officiële naam van de dag luidt: Jom Hashoa Wehagewoera en viel dit jaar op 1 mei 2011. Voor 2012 op 19 april, 2013 op 7 april en in 2014 op 27 april.

Mémorial de la Shoah, rue Geoffroy-l'Asnier 17, 4e arrondissement, metro Saint Paul, Hôtel de Ville, Pont Marie.
Mémorial de la Déportation, Square de l'Ile de France - quai de l'Archévêché, 4e arrondissement, metro Cité.
HollandscheSchouwburg, Plantage Middenlaan 24, Amsterdam
JHM Joods Historisch Museum, Nieuwe Amstelstraat 1, Amsterdam

donderdag 23 juni 2011

PANTHÉON: DE TEMPEL VAN DE NATIE

Toen Lodewijk XV in 1744 ernstig ziek werd beloofde hij een half vervallen kerk op de Montagne Saint Geneviève te vervangen door een monumentaal bouwwerk. De heuvel ligt op de Rive Gauche, in het 5e arrondissement van Parijs. De Montagne Saint Geneviève is 61 meter hoog en ligt niet ver van de plaats waar de Bièvre in de Seine uitmondt. De heuvel is oorspronkelijk genoemd naar de heilige Genoveva.

Parijs is gebouwd op zeven heuvels. Montmartre, Montparnasse, Montsouris, Belleville, Colline de Chaillot, la Butte-aux-Cailles en de Montagne Saint Geneviève. Deze  heuvels zorgden voor de benodigde kalksteen om huizen te kunnen bouwen. De beloofde nieuwe kerk zou Lodewijk XV opdragen aan de heilige Geneviève indien hij zou genezen. 20 jaar later en inmiddels hersteld legde de koning de eerste steen in 1764, maar door geldgebrek duurde het tot 1789 eer dat het gebouw klaar was. Een ongehoord bouwkundig huzarenstuk van 110 meter lang, 84 meter breed en 83 meter hoog; het Panthéon. De naam Panthéon verwijst naar het Pantheon in Rome. Pas in 1812 werd de kerk volledig voltooid en heeft het een aantal malen als kerk dienst gedaan. Het nieuwe regime na de Franse Revolutie zag in het imposante neoclassicistische gebouw meer een soort tempel ter ere van Frankrijk, en veranderde de functie van kerk naar mausoleum voor beroemde Fransen. In 1885 werd het definitief het mortuarium van de Franse helden. In dat jaar stroomden een half miljoen mensen door de straten van Parijs achter de lijkkoets van Frankrijks grootste literaire grootheid Victor Hugo, op weg om als eerste bij gezet te worden in de tempel van de natie.


Het vijfde arrondissement aan de de Rive Gauche (linkeroever), is de wijk waar de Franse geest wordt gevormd, en misschien zelfs de Franse cultuur. Een buurt die sinds mensenheugenis is gewijd aan de kennis. Hier staan de grote lycées van de stad en verschillende universiteiten met haar colleges, geleerde professoren en kritische studenten. Maar ook de Académie Française. Veertig leden, waaronder veel schrijvers en intellectuelen, door de Fransen eerbiedig "les immortels" - de onsterfelijken - genoemd, bewaken hier de zuiverheid van de Franse Taal. "De taal van de Republiek is Frans", zo staat te lezen in de grondwet. Andere kennisgetuigen zijn de 82 straatnamen die verwijzen naar godsdienst en wetenschap. Veel van de historische monumenten die de Parijse skyline bepalen staan op de Rive Gauche: De Eiffeltoren, Les Invalides - het graf van Napoleon - de Tour Montparnasse en het Panthéon.


Het Panthéon was de plaats waar het eerste experiment werd gehouden dat aantoonde dat de wereld rond zijn as draait. Het experiment werd in 1851 door de astronoom Jean Bernard Léon Foucault uitgevoerd, door een enorme slinger met een 28 kg zware koperen bol aan een 67 meter lange stalen kabel binnen in de koepel te hangen. Tijdens het slingeren in steeds het zelfde vak wijkt de bol af van zijn as waarmee werd bewezen dat de aarde roteert Ondanks de optische schijn draait de bol niet. De pendule verhuisde naar het Conservatoire des Arts et Métiers in het derde arrondissement maar verhuisde in 1995 definitief weer terug naar het midden van het Panthéon, onder de indrukwekkende koepel van 83 meter hoog.


Onder het gehele gebouw loopt de crypte, de necropolis voor de Groten van Frankrijk. Via gaanderijen kom je bij de graftombes van illustere personen waaronder onder andere; Victor Hugo, Emile Zola, Alexandre Dumas, Louis Braille, Marie curie als enige vrouw en de minister van Cultuur André Malreaux. In de crypte met graftombes van meer dan zeventig personen heerst een bloedstollende kilte. Om voor plaatsing in aanmerking te komen is een handtekening van de president vereist. Charles de Gaulle heeft in zijn testament uitdrukkelijk aangegeven niet begraven te willen worden in het Panthéon. 

MUST SEE: Het Pantheon bied je ook de mogelijkheid om uit te kijken over Parijs in 360º. Enige goede conditie is vereist want drie trappen brengen je 400 treden dichter bij de skyline van Parijs. De eerste trap brengt je naar de tribune waar je een mooi uitzicht hebt op de kerk. Via een draaitrap kom je op een terras vanwaar je de omgeving kunt overzien. Mijn advies, nog hoger met de trap tot aan de gaanderij van de koepel. Vanaf deze collonade bovenaan de koepel heb je een adembenemend uitzicht over o.a. het Quartier Latin, de Jardin du Luxembourg, de Seine en de Jardin des Plantes. Vanwege veiligheidsredenen is dit deel alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids van april tot en met oktober. 

LePanthéon, place du Panthéon, 5e arrondissement, metro Maubert-Mutualité, Cardinal Lemoine. Het mooiste uitzicht op het Panthéon heeft u vanaf het begin van de rue Soufflot.

OLYMPIA: DE PARIJSE MUZIEKTEMPEL

Aan de boulevard des Capucines, onderdeel van de vier Grands Boulevards; boulevard des Capucines, -des Italiëns, -Montmartre en -Haussmann, vindt u de grootste cultuurtempel van Frankrijk. Op nummer 28 de plek waar eens in 1889 "Les Montagnes Russes", een rollercoaster stond, bouwde de eigenaar van de Moulin Rouge, Joseph Oller in 1893 het Parijse Olympia. Olympia was de eerste concertzaal in Parijs. Er werd niet enkel muziek gespeeld, maar er traden ook circussen op en er werden balletten en operettes opgevoerd. De façade met de grote herkenbare rode letters uit 1893 is altijd onveranderd gebleven. In 1930 als gevolg van de economische crisis, veranderde het Olympia van eigenaar. De oprichter van de Grand Rex, Jacques Haik bouwde het theater om tot bioscoop met de naam "Olympia Theatre Jacques Haïk".  In 1954 werd opnieuw een nieuwe directeur, Bruno Coquatrix, aangetrokken om het Olympia weer nieuw leven in te blazen. Gepokt en gemazeld in de Franse muziekindustrie contracteerde hij de groten der aarde waaronder, Georges Brassens, Jacques Brel, Gilbert Bécaud, Johnny Hallyday, Dalida, Édith Piaf, Annie Cordy, Mireille Mathieu, Yves Montand, CharlesAznavour en vele anderen voor een  optreden in het Olympia.


Het Olympia is ook de plaats waar Édith Piaf grote bekendheid bereikte. Piaf heeft vele malen op dit beroemde podium gestaan maar onvergetelijk was de première van haar chanson "Non je ne regrette rien"  Haar optreden in 1961 in het Olympia, twee jaar voor haar dood, is de muziekgeschiedenis ingegaan  als een van de meest legendarische concerten van alle tijden. (Piaf had Bruno Coquatrix beloofd dat zij in het Olympia zou optreden om zo de beroemde Parijse zaal uit een dreigend faillissement te redden). Dertig jaar later werd het Olympia opnieuw bedreigd met afbraak. Maar Jack Lang, de toenmalige minister van cultuur, bestempelde het Olympia als nationaal erfgoed. De volgende twee jaren werden tijd noch moeite gespaard in het herinrichten van de zaal. Terug in de zo beroemde roodkleurige originele staat. In 1993 werd het gebouw een beschermd monument en in 2001 werd de zaal verkocht aan Vivendi Universal.



Het bekende exterieur uit 1893 met de grote rode letters, inmiddels voorzien van rood neon,  is nog altijd intact. Je bent geen bekende - of beroemde artiest als je daar niet op het podium hebt gestaan. Vele artiesten maakten op dit vermaarde podium hun debuut maar namen hier ook afscheid. Zo ook Charles Aznavour. 55 jaar na zijn debuut in het Olympia keert deze Frans-Armeense legende opnieuw terug. Deze ontdekking van Edith Piaf, 87 jaar oud en schrijver van meer dan duizend chansons, treedt van 7 september tot 6 oktober 2011 op ter ere van 20 jaar onafhankelijkheid van de Republiek  Armenië.

l'Olympia Bruno Coquatrix, boulevard des Capucines 28, 9e arrondissement, metro Madeleine, Opéra.
Tip: Je eigen aankondiging op de voorgevel van het Parijse Olympia ?  Ga naar de volgende website: http://www.olympiahall.com/olympia/mon-olympia/

zaterdag 18 juni 2011

EEN NIEUWE PARIJSE "MUST SEE"

Bij mijn bezoek aan Parijs in mei van dit jaar deed ik twee belangrijke ontdekkingen. Allereerst het fotografisch talent van een jonge Marokkaanse genaamd Mechda Zariouh, studente aan het Advance Centrum voor Fotografie te Veldhoven, en het prachtig organisch vormgegeven paviljoen op de binnenplaats van het Centre Monde Arabe, gefotografeerd door Mechda.

Fotografie: Mechda Zariouh, student Advance Centrum voor Fotografie.

In 2007 gaf Karl Lagerfeld de opdracht voor het Chanel Mobile Art Pavilion aan de Iraakse architecte, Zaha Hadid. Na een wereldwijde omzwerving met een reeks van mode- en kunsttentoonstellingen heeft het nu een permanente plaats gekregen bij het Centre Monde Arabe in Parijs. Een gift van het Franse modemerk Channel. Lagerfeld heeft dit voorjaar een tentoonstelling geopend als eerbetoon aan het werk van Zaha Hadid. Een nieuwe Parijse "must-see".

Zaha Hadid / Fotografie: François Lacour / AIA Productions

Zaha Hadid geboren in Bagdad op 31 oktober 1950 is een Britse architecte van Iraakse afkomst. Hadid heeft gestudeerd aan de Amerikaanse universiteit in Beiroet en daarna studeerde ze architectuur aan de Architectural Association in Londen. Na haar afstuderen werkte ze bij het Office for Metropolitan Architecture (OMA) van architect Rem Koolhaas. In 1980 begint ze haar eigen bureau. In 2004 won ze als eerste vrouw de gerenommeerde Pritzker Archtecture Prize.
In het begin van 2011 schonk CHANEL het paviljoen aan het Institut du Monde Arabe; het IMA. Deze reizende tentoonstellingsruimte, was al onderweg sinds 2008 van Hongkong naar Tokio en New York met nu, als laatste en blijvende standplaats, het IMA in Parijs, waar het zal worden gebruikt voor tentoonstellingen en presentaties van talenten uit de Arabische wereld.  "Ik denk dat door onze architectuur, we de mensen een glimp kunnen geven van onze wereld en hen zo enthousiast kunnen maken over onze ideeën. Onze architectuur is intuïtief, radicaal, internationaal en dynamisch. We zijn bezig met de bouw van gebouwen die oproepen tot een soort van vervreemding en nieuwigheid die vergelijkbaar is met de ervaring van het reizen naar een nieuw land" aldus de architecte Zaha Hadid. De huidige tentoonstelling over het werk van deze Iraakse toparchitecte loopt nog tot en met 30 oktober van dit jaar.

Het IMA, Institut du Monde Arabe, Rue des Fossés-Saint-Bernard 1, 5e arrondissement, metro: Jussieu, Cardinal Lemoine, Sully Morland. Zie ook mijn weblog cultuur: Het instituut van de Arabische Wereld.

Meer over het talent Mechda Zariouh, bekijk haar portfolio op: www.mechda.portfoliobox.net

vrijdag 17 juni 2011

EIGENZINNIG MONTMARTRE

Fotografie: Rene van Glabbeek - student Advance CVF

Montmartre is net als Passy, Belleville en la Butte aux Cailles een van de meest karakteristieke wijken van Parijs en zal nooit helemaal van Parijs worden. En dat heeft sterk te maken met het verleden. De eerste burgemeester van het zelfstandige Montmartre was Jacques-Félix Desportes zoon van een rijke Franse koopman. Hij werd gekozen tot burgemeester van Montmartre op 22 mei 1790 en zetelde in het dorpsraadhuis op de eerste verdieping van de oude pastorie op Place du Tertre nr. 3. Het dorp telde toen slechts 400 inwoners. Montmartre was een klein zelfstandig dorp in het departement van de Seine en werd 1 januari 1860 geannexeerd door het grote Parijs. Het grootste deel van het grondgebied is sinds die tijd het 18e arrondissement van de hoofdstad.

Op 11 Mei 1921 (dit jaar vierde men de 80ste verjaardag) richtte  Jules DEPAQUIT de l'Ètat Montmartrois (de republiek Montmartre) op. Ontstaan uit een vriendenclub van voornamelijk kunstenaars, met inbegrip van de beroemde striptekenaar Poulbot, die later zijn naam gaf aan de kinderen (les Poulbots) van Parijs. De eerste wet van het vrije Montmartre  was de scheiding van Montmartre en de staat. In 1921 vestigde la Commune Libre de Montmartre zich op Place du Tertre. Hier werden de eerste verkiezingen gehouden waar men onder andere kon kiezen uit de "Liste cubiste" van Picasso en Max Jacob of nog beter voor de Dadaïstes van Tzara, Breton en Picabia.



In 1934 nam de nieuwe burgemeester, Pierre Labric, het initiatief  voor de wijnfeesten (Fète des Vendanges) elk jaar in oktober* en in 1950 is het Syndicat d'Initiative du Vieux Montmartre opgericht met de wijlen Anatole als bewaker - Garde Champêtre de la CommuneLibre. Anatole is overleden op 7 januari 1998 na 48 jaar in functie te zijn geweest. Mica Moruzzi is de huidige nog in leven zijnde  Garde Champêtre. Tegenwoordig zetelt La Commune Libre du Vieux Montmartre in de rue Mont Cenis, met als burgemeester de dichter en schrijver Jack-André Yatt. (*tip: de volgende wijnfeesten op Montmartre zijn van 5 t/m 9 oktober 2011)


Het eigenzinnige karakter van Montmartre is goed te zien als we de moeite nemen om buiten de gebaande toeristische paden te treden. Met de studenten van het Veldhovense Advance Centrum voor Fotografie ben ik dan ook bewust pas om half twaalf in de avond begonnen aan de klim van de Butte Montmartre via de oude marktstraat de rue Lepic. Om je heen wordt dan nog voornamelijk alleen Frans gesproken.  Op nr. 23 nemen we een doorgang naar de avenue Junot, prachtige tuintjes en nog meer nachtelijke mysteries. We gaan even links ter hoogte van nummer 23 naar de ingang naar de Villa Léandre. Een van de mooiste binnenstraatjes van Parijs. Rechtsaf terug naar de avenue Junot, de Champs Elysees van Montmartre. Bovenaan ligt de rue des Norvins en de rue Saint Rustique;  het oudste straatje van Montmartre, zonder trottoirs, met grote kasseien en een greppel in het midden. Op de hoek "La Bonne Franquette". Dit huis is al meer dan vier eeuwen oud. In de vorige eeuw heette deze uitspanning nog herberg Aux Billards en Bois. Hier schilderde Vincent van Gogh in 1886 "La Guinguette". Nu te vinden in het Musée d'Orsay. Aan de overkant restaurant Le Consulat, tegenwoordig l'Ambassade de Savoie. Dit waren dè ontmoetingsplaatsen van de kunstschilders Pissaro, Monet, Sisley, Cézanne, Toulouse-Lautrec, Renoir, Gauguin, Picasso en van Gogh (tip: als restaurant zou ik ze links laten liggen). Links de rue des Saules, die je brengt naar de kleine wijngaard van Montmartre en een van de schilderachtigste straatjes van la Butte, de rue Vincent met de pittoreske begraafplaats cimetière Saint Vincent, waar onder andere de kunstschilder Utrillo is begraven. De enige beroemde kunstschilder die ook werkelijk geboren is op Montmartre.
Om half twee in de nacht zochten wij de klanken op van de pianobar La Petaudiere in de rue Poulbot. Becaud, Aznavour, Piaf.....La vie en rose et après bonne nuit.

Fotografie: Rene van Glabbeek - student Advance CVF

Tip: de route is uit te breiden door vanuit de rue de Saules de weg te vervolgen via de  rue Cortot (rechts) rue de l'Abreuvoir (links), Place Dalida, Allée des Brouillards, square Suzanne Buisson, rue Giardon, rue d'Orchampt (woonhuis Dalida), Place Emile Goudeau, rue Ravignan, rue Durantin, villa de Fusains. Ik verzeker u een mooie en vooral romantische route.


Tip: koop bij een lectuurstalletje het boekje guide Blay-Foldex - Paris par arrondissement of Plan de Paris van l'Indispensable. Zo heeft u altijd een routekaart per arrondissement bij de hand.

Fotografie Anatole en Fète de la Vendange: LCM La Commune libre de Montmartre.
Montmartre, 18e arrondissement, metro: Blanche, Abbesses.

zondag 12 juni 2011

PARIJSE CHIC - PRINTEMPS

Met de totale restyling van het Parijse warenhuis Printemps door het architectenduo George Yabu en Glenn Pushelberg luidt het befaamde warenhuis aan de Boulevard Haussmann een nieuw tijdperk in. Al vaker in de geschiedenis nam Printemps het voortouw. In 1865 opende het warenhuis zijn deuren als koophuis met vaste prijzen. Tot die tijd werd een prijs uitsluitend vastgesteld door loven en bieden. In 1888 installeerde het als eerste warenhuis elektriciteit en in 1923 werd de prachtige art nouveau koepel het middelpunt van het warenhuis. Ondanks twee grote branden bleef het warenhuis zich vernieuwen. In 1975 werd de gehele voorgevel  geclassificeerd als historisch monument. In 2008 kregen Yabu en Pushelberg, bekend van de restyling van het New Yorkse Bergdorf Goodman,  de opdracht om het legendarische warenhuis te voorzien van een totaal nieuw interieurontwerp van internatio- nale allure dat tegelijk onmiskenbaar Frans oogt. Een groot deel van de plafonds tussen het souterrain, parterre en de eerste etage is verdwenen waardoor een geweldig atrium is ontstaan geïnspireerd op de magische glazen koepel op de zesde etage. Een groot kunstwerk van de Japanner Hirotoshi Sawada siert de vide. Grote zilverkleurige bladen hangen in het luchtledige en reflecteren het licht.  De oorspronkelijke zwart marmeren vloeren zijn vervangen door vloeren van wit marmer. 18 luxe boutiques met een totale oppervlakte van 6000 m2 hebben één centrale architectuurstijl met sterke grafische lijnen. Elegante stellages van glas, zwart hout en roestvrij staal. De Canadese kunstenaar Pascale Girardin bedacht voor de ingangen, twee enorme zwevende clusters van witte handgemaakte polycarbonaat bloemen. De totale kosten van de drie jaar durende verbouwing worden geraamd op ruim 70 miljoen euro. Het Printemps 2011 nieuwe stijl moet u absoluut gaan zien, een lust voor het oog !


Last but not least verwijs ik u naar de zesde etage voor een lunch onder de prachtige 16 meter hoge art nouveau koepel uit 1923 bestaande uit 3185 glazen panelen. Hier vindt u een van de prestigieuze brasseries van de Groupe Flo: "Le Café Flo".  Vergeet ook niet de negende etage met een prachtig panoramisch terras met een onbelemmerd uitzicht op de Opéra Garnier, de Madeleine, de Eiffeltoren en Montmartre.

Printemps, boulevard Haussmann 64, 9e arrondissement, metro Havre Caumartin.
Le Café Flo (350 plaatsen) 6e etage Printemps de la Mode. Geopend van 11.30 uur tot 15.30 uur voor lunch. Salon de Thé geopend van 15.30 uur tot 19.00 uur.

DALIDA

Op 3 mei 1987 stond de volgende merkwaardige advertentie in een Franse krant: " Dalida laissera le souvenir d'une femme de cœur généreuse et malheureuse.... Le souvenirs d'une grande artiste qui a marqué la chanson Française". Vrij vertaald: "Dalida zal worden herinnerd als een vrouw met een hart van goud maar diep ongelukkig. Rest ons de herinnering aan een groot artieste die een belangrijke bijdrage leverde aan het Franse chanson". De advertentie was ondertekend door François Mitterrand, Président de la République.
De avond daarvoor wordt Dalida, een van de grootste Franse zangeressen, dood gevonden in haar huis aan de Rue d'Orchampt 11bis op Montmartre. Naast haar een kort afscheidsbriefje met de woorden: "Pardonnez-moi, la vie m'est insupportable - Vergeef mij, het leven is voor mij ondraaglijk". Zij stierf als gevolg van een overdosis kalmeringsmiddelen. Frankrijk was in shock en in diepe rouw. Op donderdag 7 mei 1987 volgde een groots eerbetoon in de Madeleine kerk te Parijs waarna zij werd begraven, enkele honderden meters van haar woonhuis, op de Cimetière Montmartre. Tot op de dag van vandaag, is het dè reden, dat vele fans een bezoek brengen aan een van de mooiste graven op de begraafplaats van Montmartre (divisie 18).  Een prachtig levensgroot stenen beeld van Dalida, van de Franse beeldhouwer Alain Aslan, staat voor een zwart marmeren ark voorzien van een stralende gouden zon en haar naam eveneens in gouden letters.


Dalida, zangeres, actrice en diva werd op 17 januari 1933 geboren in Shoubra, Egypte, onder de naam Yolande Christina Gigliotti. Haar vader Pietro Gigliotti was van Italiaanse afkomst en eerste violist van het Cairo Opera House. Op 20 jarige leeftijd werd ze gekroond als Miss Egypte en haar zangtalent ontdekt door Cherif Kamel. De Franse regisseur Marc de Gastyne ontdekte haar voor de Franse film en bracht haar naar Parijs. Dalida heeft 19 nummer één hits op haar naam staan waaronder: Father,  Ciao Ciao bambina, Paroles Paroles, J'attendrai en Gigi l'Amoroso.  Zij verkocht wereldwijd meer dan 130 miljoen platen. Speelde in tientallen films en sprak vloeiend Arabisch, Frans Engels en Italiaans en redelijk Spaans en Duits. In December 1968 kreeg ze de Médaille de la Présidence de la République opgespeld door Général de Gaulle,. Zij is de enige persoon van de Franse muziek-industrie die dit eerbetoon heeft mogen ontvangen. In februari 1975 ontving zij de prestigieuze Prix de l'Académie du Disque Français. Ondanks haar enorme carrière en successen, werd Dalida's  privéleven ontsierd door een reeks van mislukte relaties, persoonlijke problemen en zelfmoordpogingen. Haar eerste man, Lucien Morisse, pleegde verscheidene jaren na haar scheiding zelfmoord en twee van haar minnaars, Luigi Tenco en Richard Chanfray namen ook hun eigen leven.





Dalida is sinds haar tragische dood altijd een cultfiguur gebleven en heeft nog steeds een zeer grote schare fans. In 1988 bleek uit een opiniepeiling, in opdracht van de encyclopedie Universalis, gepubliceerd in dagblad Le Monde, welke persoonlijkheden de grootste invloed hadden op de Franse maatschappij. Dalida eindigde op de tweede plaats achter Général de Gaulle. In 1997, werd de hoek van de rue Girardon en rue Abreuvoir op de Butte Montmartre ingewijd als place Dalida, met een bronzen levensgrote buste als herinnering aan deze nog steeds ongekend populaire zangeres. In 2002 werd zij vereerd met een eigen postzegel ter nagedachtenis aan haar dood 15 jaar geleden. Op initiatief van Bertrand Delanoë, burgemeester van Parijs, maar ook een vriend van de zangeres volgde in mei 2007, 20 jaar naar haar dood, een vijf maanden durende retrospectieve in het Hotel de Ville, het Parijse stadhuis. Samen met Édith Piaf, wordt Dalida gezien als de meeste populaire en invloedrijke Franse zangeres uit de 20e eeuw.

Place Dalida, 18e arrondissement, metro Lamarck Caulaincourt - Graf van Dalida: Cimetière de Montmartre, avenue Rachel 20, 18e arrondissement, metro : Blanche,  Place de Clichy. - Woonhuis Dalida: Rue d'Orchampt 11bis, 18e arrondissement, metro: Abesses.

donderdag 9 juni 2011

DE GROENE GIFSLANG

In de kopregels van mijn weblog geef ik aan dat Parijs een meester is op het gebied van herstel en transformatie. Als u op de hoogte wilt blijven van wat er in Parijs gaat veranderen, nu en in de toekomst, breng dan eens een bezoek aan het Pavillon de l'Arsenal. Daar wordt u door befaamde architecten op een speelse wijze op de hoogte gebracht van de bouwkundige veranderingen en groei van de stad Parijs. Ik doe dat eens per jaar en zo werd ik gewezen op een nieuwe architectonische blikvanger bij les Docks de Paris.

Wie op zoek is naar vernieuwing vindt die zonder moeite in het dertiende arrondissement. Een wijk in beweging of zoals de Fransen zeggen: "Un quartier qui bouge". We begeven ons naar het stadsdeel achter de Gare Austerlitz op de zuidoever van de Seine. Sinds 1996, de opening van de Bibliothèque National François Mitterand, verschijnen hier gewaagde woonblokken, trendy cafés en restaurants, winkels en meer architectonische blikvangers, waaronder de Passerelle Simone de Beauvoir, la piscine Josephine Baker; een drijvend zwembad in de Seine en sinds kort het nieuwe Cité de laMode et du Design. Een creatief centrum dat ook het befaamde Institut Français de la Mode (IFM) huisvest. In 1986 opgericht door het Franse Ministerie van Industrie voor de ontwikkeling en de bescherming van de Franse mode- en designindustrie. Het gebouw is ontworpen door de Franse architect DominiqueJakob en de Nieuw Zeelander Brendan Macfarlane en heeft nu al de bijnaam de "groene gifslang". Het is gebouwd rondom het karkas van de oude entrepots van het treinstation Austerlitz uit 1907 (les Magasins Généreaux d'Austerlitz). Kosten grofweg zo'n 44 miljoen euro. Aan de zijde van de Seine is een futuristische constructie bevestigd van groen getinte glasplaten die als een gifslang langs het gebouw kronkelt. Door de weerspiegeling van het groene glas kleurt de Seine smaragdgroen. De opening vond plaats in het voorjaar van 2011. Een derde van het gebouw is in gebruik als expositieruimte, inclusief studio’s voor muziekproducties, cafés, restaurants, mode- en boekenwinkels. Op het dak bevindt zich een park. Quai d'Austerlitz 34, 13e arrondissement, metro Gare d'Austerlitz.


Een mooie tip bij regenachtig weer en om in "fashion style" te blijven, stel ik voor de metro te nemen naar het centrum voor een bezoek aan het zeer fraaie Musée de la Mode et du Textile. Gevestigd in een van de fraai gerestaureerde vleugels van het Grand Louvre en onderdeel van het Musée des Arts Décoratifs. Het volgt de belangrijke modetrends van de haute couturiers en eigentijdse modeontwerpers vanaf de 17e eeuw tot nu. Rue de Rivoli 107, metro Palais Royal, Tuileries of Pyramides. Een ander modisch museum is het Musée dela Mode de la Ville de Paris in het prachtige Palais Galliera aan de avenue Pierre 1e de Serbie 10, métro Iéna.


Palais Galliera aan de avenue Pierre 1e de Serbie 10, métro Iéna.
Pavillon de l'Arsenal, boulevard Morland 21, metro Sully-Morland.

dinsdag 7 juni 2011

SERGE GAINSBOURG

Het is maart 2011 en bij toeval ben ik in de rue de Verneuil in het 7de arrondissement. Altijd als ik in Parijs ben ga ik even kijken op nummer vijf omdat dit huis er geen dag hetzelfde uit ziet. In mijn ooghoek stopt plotseling een zwarte auto waaruit een frêle jonge vrouw stapt met lang donkerblond haar en met daar in gestoken een grote zwarte zonnebril. Zorgvuldig vermijdt ze oogcontact en welhaast schichtig opent ze de deur om gevolgd door een tweetal fotografen snel het pand binnen te gaan. Voor ik het mij goed en wel realiseer stond ik net oog in oog met de dochter van Jane Birkin en Serge Gainsbourg; Charlotte. De rue Verneuil 5bis was het woonhuis van haar vader en is na zijn dood, door haar toedoen, nog altijd onveranderd. Aan deze bijzondere ontmoeting moet ik terug denken als ik de DVD zit te bekijken van "La Vie Héroïque", een film over het leven van Serge Gainsbourg gemaakt in 2010, negentien jaar na zijn dood. “Het is niet de waarheid van Gainsbourg die me interesseert, maar het zijn zijn leugens”. Met deze uitspraak geeft de regisseur Joann Sfar al direct aan op wat voor soort film je je kunt voorbereiden.


SergeGainsbourg werd geboren in Parijs op 2 april 1928 onder de naam Lucien Ginsburg. Zoon van Joods Russische ouders waarvan de vader piano speelde in diverse Parijse kroegen op Montmartre en zijn moeder muziekles gaf aan het conservatorium. Tot zijn twintigste kwam hij aan de kost door allerlei beroepen maar uiteindelijk kreeg hij succes als crooner in casino's en nachtclubs.


Tijdens zijn carrière schreef Serge Gainsbourg soundtracks voor meer dan 40 films en regisseerde er vier. Zijn grootste hit, Je t'aime moi non plus, was zeer erotisch getint. Hoewel bedoeld voor zijn muze Brigitte Bardot, werd het niet met haar stem uitgebracht, maar met die van zijn toekomstige vriendin Jane Birkin. Van de hitsingel worden meer dan zes miljoen exemplaren verkocht. Gainsbourg hield er van om te choqueren zoals met zijn Album Histoire de Melody Nelson gebaseerd op de roman Lolita of met een rock album volledig gewijd aan het Nazisme. In 1978 nam hij in Jamaica een reggaeversie op van het Franse volkslied, de "Marseillaise", "Aux Armes et cetera" , samen met de band van Bob Marley, The Wailers. Op het einde van zijn leven werd Gainsbourg steeds controversiëler. Zijn meest bekende provocatie toen hij  "I want to fuck you" zei tegen Whitney Houston tijdens een tv programma of live op TV een briefje van 500 Franse Francs verbrandde als protest tegen de hoge belastingen. Zijn liedjes werden steeds excentrieker zoals het super-dubbelzinnige "Lemon Incest" opgenomen samen met zijn dochter Charlotte, toen 12 jaar.

Gainsbourg was ook niet vies van vrouwen. Na zijn scheiding van Françoise Pancrazzi, van wie hij twee kinderen had, had hij een kortstondige en heftige verhouding met Brigitte Bardot. Tot 1980 leefde hij samen met de veel jongere Jane Birkin. Van haar kreeg hij zijn dochter Charlotte. Daarop volgde de 21 jaar jongere mannequin Bambou bij wie hij een zoon had; Lucien. Na zijn dood werd ook bekend dat hij tegelijk een discrete verhouding onderhield met een zestienjarige fan en een "vriendschappelijke" relatie met een twaalfjarige.

Zijn eerste hartaanval kreeg hij toen hij vijfenveertig was. Uiteindelijk stierf hij op 2 maart 1991 als gevolg van een hartinfarct als gevolg van overmatig drankgebruik en het roken van 140 sigaretten per dag van zijn favoriete merk Gitanes. Hij ligt begraven op het kerkhof van Montparnasse samen met zijn ouders. Dit jaar is het twintig jaar geleden en de Fransen hebben een permanente haat-liefde-verhouding met deze man.  Zijn graf en zijn woning aan de rue Verneuil 5bis zijn tot de dag van vandaag bedevaartplaatsen voor zijn vele fans. Het huis kunt u niet missen, het is bedekt met graffiti als een permanent eerbetoon aan deze veelzijdige man.


Charlotte Gainsbourg, actrice en een grote ster in Frankrijk, is nu de eigenaar van het huis en zij wil, met de hulp van architect Jean Nouvel, het huis verbouwen tot een museum. Het interieur is na zijn dood ongewijzigd gebleven vol met foto's van de vrouwen die zijn liedjes zongen: Brigitte Bardot, Anna Karina, Petula Clark, Juliette Greco, Catherine Deneuve, Isabelle Adjani, Dalida, Marianne Faithfull, Françoise Hardy, Vanessa Paradis en, het meest opvallende, de liefde van zijn leven, Charlotte's moeder, de Britse actrice Jane Birkin.

Woonhuis: rue Verneuil 5bis, 7e arrondissement, metro rue du Bac. 
Graf: Cimetière Montparnasse, boulevard Edgar Quinet, 14e arrondissement, metro Raspail

maandag 6 juni 2011

LES CATHAPHILES


Onder Parijs gaat een bijzondere onderaardse wereld schuil, net als in andere grote steden. Maar die van Parijs is diverser, vreemder. En dan doel ik niet alleen op de honderden kilometers lange tunnels die samen een van de fijnst vertakte metronetwerken en riolen ter wereld vormen. Er is daar beneden nog veel meer te vinden: kanalen, waterreservoirs, crypten, bankkluizen en oude wijnkelders die illegaal dienstdoen als nachtclub of galerie. Maar het opmerkelijkst zijn de steengroeven: de meer dan 200 kilometer lange gangenstelsels die onder veel wijken te vinden zijn, met name in het zuidelijke deel van de stad.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren het de schuilplaatsen voor het Franse verzet maar tegenwoordig oefenen die tunnels een aantrekkingskracht uit op een heel andere clandestiene groep, een gemeenschap van vrijgevochten types die soms dagen- en nachtenlang ondergronds blijven: de Cathaphiles. Ook wel Urban Explorers genoemd. Afdalen in de catacomben van Parijs is illegaal en niet zonder levensgevaar. Zuurstofgebrek, gevaarlijke rioolgassen, gevaar voor instortingen of verdwalen en zelfs kans op verdrinking. Via mangaten en ontelbare ladders dalen ze af naar het binnenste van Parijs. Getooid met lampen touwen en veiligheidshelmen, met als doel het verkennen van de duistere tunnels om er te feesten, te schilderen, of te fotograferen. Een goede gids is onmisbaar en vanwege de vele gevaren is het afdalen zonder gids, sinds 2 november 1955, zelfs strafbaar. Er bestaat een speciale politie-eenheid die dag en nacht patrouilleert in de catacomben en zich alleen bezig houdt met het opsporen van illegale bezoekers. Boetes kunnen oplopen tot 60 euro per overtreding. Bijna twee decennia geleden waren er naar verluidt 300 toegangen tot de steengroeven. De meeste zijn gesloten, maar nieuwe entrees zijn blootgelegd door ondernemende ontdekkingsreizigers.



Parijs is het Mekka voor ondergrondse exploratie, zei Lazar Kunstmann onlangs in een interview met de National Geographic. Hij is woordvoerder van een groep van Urban Explorers die zelfs een clandestiene bioscoop runde onder de grond op een plek dicht bij de Seine en de Eiffeltoren. De groep heeft nog zeven andere ondergrondse sites waarvan hij weigerde om meer details te geven. In de eeuwige nacht van het ondergrondse Parijs is geheimhouding heilig in een subcultuur met codes en schuilnamen. Op 23 augustus 2010 werd de ondergrondse bioscoop helaas ontdekt door de politie. Het filmtheater was voorzien van 30 uitgehakte zitplaatsen met houten zittingen. Het complex omvatte verder een bar, een restaurant en een aantal kamers voor een overnachting. Water betrok men vanuit de tuinen van het Trocadero en de elektriciteit werd illegaal afgetapt van het Palais de Chaillot. Bijna twee decennia geleden, waren er naar verluidt meer dan 300 toegangen tot de steengroeven. De meeste zijn gesloten, maar nieuwe entrees zijn blootgelegd door ondernemende ontdekkingsreizigers.

De Cathaphiles zijn niet de enige die geïnspireerd raakten door de ingewanden van Parijs. Victor Hugo schreef er over in Les Miserables, Gaston Leroux hield zijn held de Phantom of the Opera verborgen in het helse doolhof onder de Opera Garnier. Tegenwoordig is het een schuilplaats voor de onderwereld die varieert van clochards tot ordinaire koperdieven maar ook ontdekkingsreizigers met een grote hang naar avontuur.

Wilt u legaal een afdaling maken in de catacomben van Parijs dan kunt u dat doen op de  avenue du Colonel Henri Rol-Tanguy 1, metro Denfert-Rochereau of bij de riolen van Parijs (les Egouts) Pont de l'Alma, place de la Résistance, tegenover nr. 93 quai d'Orsay. Metro Alma-Marceau.
Foto's: Godefroy Troude

zondag 5 juni 2011

MOULIN ROUGE

Het dorp Montmartre ontstond tijdens de Franse revolutie en werd bewoond door voornamelijk molenaars en arbeiders werkzaam in de plaatselijke gipsgroeven in de ondergrond van de heuvel. De Place Blanche (het witte plein) dankt zijn naam aan het witte stof dat elke dag weer over het plein waaide, uit de karren die het gips uit de groeven van La Butte naar de werven in Parijs brachten. Het was hier, aan de voet van de Butte Montmartre, dat op op 6 oktober 1889, een nieuwe Music-Hall werd geopend. Deze werd gevestigd in de Jardin de Paris.

 Editions d'Art Yvon, Paris

De Moulin Rouge was geboren en dat ging niet onopgemerkt. Het publiek stroomde massaal naar de Place Blanche om deze extravagante plek met een enorme dansvloer, overal spiegels, optredens van schitterende vrouwen, een tuin gedecoreerd met een grote olifant en ritjes op ezels voor het plezier van de dames, te ontdekken. Er was zo’n wilde atmosfeer dat de show niet alleen op het podium plaatsvond maar overal binnen en buiten: aristocraten en arme burgers hadden samen plezier.
De eigenaars van de tent waren Joseph Oller tevens eigenaar van het Parijse Olympia en Charles Zidler. Zij hadden hun zaak de bijnaam ‘Le Premier Palais des femmes’ (het eerste vrouwenpaleis) gegeven en wilde dat de Moulin Rouge de beroemdste tempel voor muziek en dans zou worden. Echter de Moulin Rouge kreeg al snel de naam van een "high-class bordeel". De plaats waar men jonge Parijse dames, de courtisanes, aan het werk kon zien en waarvan de dansbewegingen al even losjes waren als de zeden. Ook al was de Can-Can dans reeds bekend  bij de werkende klasse sinds de jaren 1830, het was de Moulin Rouge die de populariteit ervan bewerkstelligde. In die tijd was de dans wel niet veel meer dan een ietwat schunnige dans uitgevoerd door courtisanes om hun mannelijk clientèle te behagen. Het was in die periode dat de kunstenaar Henri de Toulouse-Lautrec er een veelgeziene gast was. Veel van zijn kunstwerken zijn geïnspireerd door de scènes uit de befaamde Moulin Rouge. De Moulin Rouge kende vele belangrijke namen op het toneel waaronder Ella Fitzgerald, Liza Minnelli, La Toya Jackson, Elton John, Josephine Baker, Frank Sinatra, Yvette Guilbert, Jane Avril, Mistinguett, Le Pétomane, en Édith Piaf.


De Moulin Rouge is al decennia lang een belangrijke inspiratiebron voor schilders, afficheontwerpers filmmakers en fotografen. De nachtclub staat nog steeds symbool voor de bruisende Belle Époque en de levensstijl die de vrijgevochten bohemiens van Parijs zich aan het einde van de negentiende eeuw hadden aangemeten. De bekendste film waarin de nachtclub centraal staat is Moulin Rouge uit 2001 van Baz Luhrmann. Nu is het de plek van prachtige shows met half naakte tableaux vivants. De huidige show Féerie loopt al sinds 1999 en koste de lieve som van 9 miljoen euro.

Bal du Moulin Rouge, boulevard de Clichy 82, metro Blanche. Info www.moulinrouge.fr

woensdag 1 juni 2011

DE GLAZEN STRAATJES

Er is niets leuker dan mensen rond te leiden in Parijs. Dit is alweer mijn vierde blog over de bijzondere plekken die ik heb bezocht met de studenten en docenten van het Advance Centrum voor Fotografie. Dit keer was het ook voor mij een bijzondere ervaring doordat ik bij toeval terecht kwam in een  stukje prachtige historie uit de 19e eeuw. Maar daarover meer, wat verder in deze blog.

Rond de eeuwwisseling van de 18de naar de 19de eeuw waren er nog geen riolen en trottoirs in Parijs. Alleen straten vol met stof en vuil, waar koetsen, getrokken door paarden, zorgden voor opspattende modder op regenachtige dagen. De komst van de industriële revolutie met de uitvinding van gietijzer en glas als bouwmaterialen gaf het woord flaneren een diepere betekenis. Er ontstaan verkeersvrije overdekte galerijen met hoge glazen daken met sierlijke gietijzeren constructies, die een overdekte passage vormen van de ene straat naar de andere. Winkelparadijzen, centra van cultuur en vermaak voor het 19de - eeuwse winkel-publiek. Parijzenaars die de laatste nieuwtjes wilden ontdekken, beschermd tegen de elementen. Parijs telde in de 19de eeuw meer dan honderd van deze kleine werelden. Tegenwoordig zijn er nog zeventien over. Hier proeft u nog de sfeer van kunst, cultuur en commercie uit lang vervlogen dagen. Veel zijn fraai gerestaureerd, anderen zijn helaas bouwvallig, maar wonderlijke winkels vindt u er altijd.


Op de boulevard Montmartre vindt u bij nummer 12 de Passage Jouffroy (140 m) uit 1845. Een drukke passage met de meest originele winkeltjes, die de nieuwsgierige bezoeker trakteren op allerlei verrassingen. Miniaturen, affiches, handgemaakt speelgoed en prachtige wandelstokken van de Frères Ségas. Middenin, de uitgang van het wassenbeeldenmuseum Musée Grévin. De hoofdingang zit aan de boulevard Montmartre nr. 10.  Zeer de moeite waard, al was het alleen al voor het “Palais de Mirages”. Dit betoverende spiegelpaleis  met zijn “Son et Lumière” (geluid– en lichtshow) stond in 1900 al opgesteld op de wereld-tentoonstelling in Parijs en is toen aangekocht door het museum.
Achter in de passage ziet u het hotel Chopin met een gevel die dateert uit 1850. Een charmant hotel met slechts 35 kamers. Trappen aan de linkerzijde brengen u naar het tweede gedeelte van deze passage vol met boekenstalletjes maar ook meteen een van de mooiste fotozaken van Parijs: Photo Verdeau. U koopt daar originele vintage prints van bekende fotografen. Een van de Advance docenten bleef bij deze zaak opvallend lang staan, als het ware geobsedeerd door de uitgestalde fotografie. Daar vertelde hij mij over zijn passie voor Collodium fotografie.

Het was de Engelse beeldhouwer en fotograaf, Fredrick Scott Archer die collodium fotografie in 1851 heeft uitgevonden. Hij experimenteerde met collodium in de hoop een dia positief te kunnen produceren op gewone glazen platen. collodium is een dikke en stroperige vloeistof die wordt gemaakt door het oplossen van genitreerde katoen (ook wel bekend als schietkatoen) in een mengsel van alcohol en ether. Het werd in die tijd veel gebruikt door chirurgen als vloeibaar verband mede dankzij haar veerkracht en aanhechting. Archer, gebruikte collodium om een betere hechting te verkrijgen van lichtgevoelige zouten aan zijn glazen platen. Zodra de zouten, zoals kalium jodide, in het mengsel van collodium waren opgelost, werd de kleverige vloeistof gegoten op het glas.  Daarna werd de glazen plaat gedompeld in een bad gevuld met zilvernitraat. Zo werd een lichtgevoelige drager van zilverjodide gevormd op het oppervlak van de plaat.  Eenmaal lichtgevoelig  werd de plaat blootgesteld aan licht in de camera voordat het collodium begon te drogen. Als de plaat droog werd vòòr ontwikkeling, was deze niet meer lichtgevoelig en derhalve onbruikbaar.  Om deze reden alleen al, werd het proces dat door Archer was uitgevonden bekend als "natte plaat" fotografie.

Alex, de naam van deze docent is een van de zeer weinige fotospecialisten in Nederland die zich bezig houden met deze bijzondere vorm van fotografie die 160 jaar geleden letterlijk het daglicht zag. Over de wereld zijn er niet meer dan 50 fotografen die nog werken volgens het principe van Archer. Deze week was het dan ook mijn kans om aan den lijve terug te gaan in naar de 19e eeuw. De foto is gemaakt met een 80 jaar ouden eiken platen camera van het Belgische merk Narita. De belichting: 6 volle seconden.


Terug weer naar de Parijse werkelijkheid. We vervolgden onze ontdekkingsreis via de uitgang op de rue de la Grange Batelière. Aan de overkant begint de PassageVerdeau (75 m) op nr. 6, een ware trekpleister voor eenieder die iets verzamelt. Deze passage, uit 1846 met zijn hoge dakramen en spitsboogvorm heeft zijn oude waardigheid weten te behouden. Kleine gespecialiseerde winkeltjes vol met rariteiten zoals l’Anciene France; zeldzame boeken en prentbriefkaarten. Roland Buret voor bijzondere postzegels en bij Latou, oude fototoestellen. Parallel aan de gehele passage loopt een geheim privé straatje; courette in het Frans. Met een beetje geluk is de ingang op nr. 13 bis  geopend.

Alle nog bestaande passages zijn inmiddels benoemd tot cultureel erfgoed; ISMH, wat staat voor "Inventaire Supplémentaire des Monuments Historiques".

Passage Jouffroy, boulevard Montmartre 10-12, metro Grands Boulevards, Passage Verdeau, rue de la Grange Batelière 6, metro Grands Boulevards.


Meer weten over Alex Collodion Art kijk dan op zijn weblog http://collodion-art.blogspot.com/